Studiedag

“Mama..?”
-“Heel even, schat. Heel even dit afmaken, op de computer. Zo klaar. Oké?“
“Mamaaa?”
-“Jaah, wacht nou even… hier-bij-laat-ik-u-weten-dat…”
“Mamaaaaahhh!”
-“Jahaaaa! Jézus. Mama is zó klaar. Even dit afma…”
“MAMAAAAAAA!”

Het is zo’n dag. School heeft studiedag, en dus zijn we ‘vrij’. En ja, dat woord zet ik inderdaad expres tussen aanhalingstekens.
De definitie van het woord ‘vrij’ is namelijk aan vergaande verandering onderhevig, weet ik sinds ik moeder ben.

‘Vrij’ is tegenwoordig meestal een illusie. Een luchtkasteel. Een fata morgana in een woestijn van speelgoed. Een onbereikbare veilige haven in een mijnenveld van duplo.

‘Vrij’ met twee kuikens om je heen bestaat niet meer. Niet zoals ik het kende. Niet in de vorm van uitslapen en niets moeten. De hele dag niet op hoeven staan. Urenlang in vegetatieve staat doorbrengen, tot je niet meer weet waar je lijf eindigt en de bank begint, tot bank en jij één zijn, verworden tot een symbiotisch geheel van Fijnheid, tot het draadje ontspannings-kwijl het kussen aan je wang koekt, tot je een split-second serieus overweegt een plasemmer naast je neer te zetten. Tot zelfs de Bob Ross marathon is afgelopen.

Laat ik vooropstellen: doorgaans is dat ook helemaal niet erg. Mijn kuikens zijn vanaf het overwegen van hun conceptie gewild en gewenst en geliefd.
Dat gezegd hebbende: mennnnn. Een dag ‘vrij’ met tweemaal-energie-voor-tien in je aura is ongeveer even vermoeiend als een week kantoorwerk.
Helemaal als je GroteMensenDingen moet doen.

“Mama..?”
-“Jaaah?”
“Mag ik met de klei?”
-“Nee lief, we gaan zo eerst even naar de Appie.”
“Mag ik met de klei?”
-“Nee, we gaan eerst even een boodschapje doen.”
“Mag ik met de klei? Ja? Ja? Ja?”
-“Wat zeg ik nou net? Ik praat toch geen Spaans?”
“Nee.”
-“Nou dan.”
“Mamaaah?”
-“Jaaaah?”
“Mag ik met de klei?”
-“Neeheeeeee!”
“Nouhouuuu! Mámaaaaaaah!”

Ik ben een Groot Mens, maar GroteMensenDingen zijn bepaald niet mijn lievelings. Hoe meer ik me bezig moet houden met bureaucratische papier-rompslomp, hoe meer ik verlang naar een lemen berghut in Peru met niks, alleen een geit en een waterput gevuld met wijn. En Wifi natuurlijk.

Met een diepe zucht klap ik mijn computer open. Er zijn Dingen Die Afgewikkeld moeten worden en daarvoor zijn Gegevens nodig. Gegevens die ik Op moet Zoeken en her en der dien Aan te Leveren. Er moet een Brief worden geschreven. Tussendoor komt een Telefoontje. DigiD vraagt om mijn inlogcode. Ik heb honderdveertien tabbladen openstaan.

“Mamaaa?”
-“… mjaaa?”
“Gaan zo naar Appie hè?”
-“Ja schat, we gaan zo naar Appie.”
“Broodje halen hè?”
-“Ja, dan gaan we ook een broo… hè godver. Hm? Nee, niks lief, dat was niet tegen jou.”
“Mamaaa?”
-“ *knarst* jaaaaaa?”
“Gaan zo naar Appie hè?”
-“Ja, dat zei ik net toch al..?”
“Naar Appie, toch?”
-“Ja, naar Appie.”
“Broodje halen?”
-“…”
“Mamaaah! Broodje halen! Toch? Ja? Ja? JA? TOCH?”

Christus te paard. Een overdaad aan GroteMensenDingen en mijn kind heeft ineens extra bevestiging nodig.
Die kan ‘ie krijgen.
Aan de muur.
Met ducttape.

Mijn gevoelstemperatuur daalt met elke handeling. Het kan niet anders of de kuikens merken dat. De peuter reageert navenant door zich juist extra te laten gelden.
Als ik kort daarop met mijn blote voet op een imitatie-zilveren armbandbedeltje sta en een pijnscheut ervaar die z’n weerga niet kent begint mijn voorhoofdsader vervaarlijk te pulseren.
Nog even en dit gaat mis. Het is nog maar de vraag of ik stand ga houden tegen dit geheime wapen op dwergformaat. Nog even en ik breek. Dat is me niet kwalijk te nemen. Zelfs de meest koelbloedige psychopaat zou het uiteindelijk huilend af moeten leggen tegen mijn peuter op de repeatstand.

“Mamaaaah?”
-“Nee.”
“Mama?”
-“Neee!”
“MAAAAM”
-“NEEEHEEEE IK BEN ER NIET”

Sjeez. Is die schrille stem echt van mij? Ik wil grote hompen PlayDoh in mijn oren stoppen en LALALALALALALALALALALAIKHOORJULLIENIET doen, maar ik moet binnenkort naar het consultatiebureau en dan zal je net zien dat zo’n peuter uit de school klapt.

Ik besluit dat dit anders moet. Dat het gezellig gaat worden, ondanks het pis-weer. Ondanks de grauwheid. Ondanks de GroteMensenDingen.
Ik spreek dit ook uit naar de kuikens.
-“Oké, jongens, ik was even druk in mijn hoofd, maar vanaf nu maken we het gezellig. Oké? Nu wordt het gezellig.” Ik heb het vooral tegen mezelf.

Twee paar ogen die buitensporig groot zijn in die kindersmoeltjes kijken naar me op. Lijken te zuchten van verlichting.
-“En,” voeg ik toe, een paar gratuite punten scorend, “vanavond mogen jullie pizza.”
De kuikens geven een knap staaltje simultaan-juichen weg.
“Jaaaaaaah! Pi-zza! Pi-zza! PI-ZZAAAAA!”

Bij de Appie kopen we inderdaad broodjes en smerige rijstwafels die naar ‘BBQ’ zouden moeten smaken. De verpakking belooft een snack in het soort oranje dat opgloeit in het donker.
Twijfelachtig, maar ze willen ze proeven, dus ik neem ze mee.
We maken het gezellig, immers.

We moeten naar twee supermarkten, want daar waar de minikrentenbollen hadden moeten liggen die mijn zoon morgen mee moet nemen naar het paasontbijt, biedt Appie me slechts een mistroostig leeg schap.
Dat mag de pret niet drukken. Studiedag. Hè, gezellig. Onderweg springen we in de plassen. Een fatalistisch ‘ach, fuck it’-gevoel heeft zich inmiddels van me meester gemaakt.

Na de krav maga training van mijn dochter en een uur lang voorbeeldig gedrag van mijn zoon, kom ik tot de conclusie dat ik de pizza’s vergeten ben.

“Mamaaaaah?”
-“Ja jochie? Kom eens bij me, geef mama eens een kus.”

Met beide handjes pakt hij mijn gezicht beet en kust me vol overgave. Zijn gebeeldhouwde lippen smaken naar ‘BBQ’.

 

 

 

 

 

 

Charlotte

Mijn naam is Charlotte en ik ben 37 jaar oud. Ik ben de trotse moeder van dochter Teddy (6 jr.) en zoon James (bijna 3) en breek zo nu en dan bijna mijn nek over kater Titus.
Koken vind ik een uitdaging. Oh, en ik schrijf. Vaak.

Latest posts by Charlotte (see all)